woensdag 10 januari 2018

Auteurs bloggen ... Monique Hoolt





Monique Hoolt - auteur van de oorlogsroman ‘Tamar’ - schreef een gastblog voor ons.


Daarbovenop maak je kans om een exemplaar van ’Tamar’ te winnen.
Wat je daarvoor moet doen merk je later vandaag. Blijf ons dus in de gaten houden!



Elke straat heeft een verhaal

‘Met Jannie Visser.’
Ze spreekt duidelijk en helder maar aan haar stem hoor ik dat het een oudere vrouw is. Misschien omdat ik weet dat Jannie vijfentachtig jaar is. Ik mocht haar niet tussen twaalf en twee uur bellen. ‘Dan doet Jannie een middagdutje,’ riep iemand op de achtergrond terwijl ik gisteren telefonisch met Evert sprak, de broer van Jannie.

Evert Visser is in 1936 geboren, net als mijn vader, en woonde vroeger in dezelfde straat waar ze samen speelden. Hij vertelde me over de Joodse onderduikkinderen bij de buren van mijn grootouders. Als er gevaar dreigde, werden de kinderen verstopt achter de schoorsteen. Na de oorlog is een van de jongens getrouwd met Betsy, zij zou nog leven. Zo heet ook een van de personages in mijn oorlogsroman, waarvan ik dacht dat ik haar een unieke naam had gegeven. Evert raadde mij aan om met zijn zus Jannie te praten. Zij is een paar jaar ouder en had volgens hem meer herinneringen over de oorlog. Bovendien was zij degene die voor de hele familie ‘Tamar’ had gekocht.

Sinds mijn boek is uitgekomen, gebeurt het regelmatig dat mensen contact met mij proberen te zoeken. Via mijn zus die in Hengelo woont of via andere familieleden met mijn achternaam. Vaak zijn het mensen die in dezelfde buurt woonden als mijn opa en opa. Hun huis had ik in gedachten bij het huis van de hoofdpersonages Antonia en Herman. Hun straat was in mijn verbeelding de straat waar Tamar als baby door haar moeder in de armen van Antonia wordt geduwd. Het lijkt ook of veel oudere mensen graag willen vertellen wat ze hebben meegemaakt in de oorlog. Nu het nog kan. En aan mij hebben ze een enthousiaste luisteraar.

‘Ik heb jarenlang geschreven met een Canadees die bij jouw opa en oma woonde,’ vertelt Jannie. ‘Bij de familie Hoolt zaten na de bevrijding twee Canadese soldaten in huis. De jongens kwamen in het voorjaar van 1945 en bleven de hele zomer. Een van de twee Canadezen heette Roy. Hij belde vaak bij ons aan om honkbal te spelen in de straat. Toen was ik 14 jaar en kon goed gooien.’ Ik schiet in de lach en leg snel mijn hand over de telefoon als ze opmerkt: ‘De relatie tussen Roy en mij was puur platonisch, hoor.’ ‘Nadat ik lange tijd niets meer van hem had gehoord, schreef zijn vrouw mij een brief,’ vertelt ze verder. ‘Tijdens het vissen had Roy geen zwemvest aan en was hij verdronken in het meer van Ontario.’ Ik bedenk hoe bizar het is dat de man in oorlogstijd heel Europa door zwoegde, alle gevaren overleefde en vervolgens tijdens een hobby om het leven komt.

Er schiet Jannie telkens iets te binnen. Ze vertelt een treurig verhaal over een buurvrouw die tegenover hen woonde. Haar zoon van 18 jaar was opgepakt bij een razzia en naar Duitsland gestuurd om te werken. Zijn moeder ging jarenlang dagelijks om zeven uur naar de kerk om te bidden voor zijn thuiskomst. Iedere ochtend op hetzelfde tijdstip zag Jannie de buurvrouw in zwarte kleding de straat uitlopen. In mijn hoofd verschijnt meteen een filmisch beeld. De zoon was nooit teruggekeerd.

Deze verhalen speelden zich af in de straat waar mijn grootouders en mijn vader woonden, in de omgeving van hun huis, waar ik later ben geboren. Zo heeft elke straat in Nederland zijn eigen bijzondere verhalen over gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog, die de moeite waard zijn om te vertellen en vast te leggen.

NB. Jannie en Evert Visser zijn niet hun echte namen.

***




Geen opmerkingen: