donderdag 7 september 2017

Huivercolumn (1) - Nico Baaijens




Zeer vereerd voel ik me dat ik voor De Perfecte Buren een column mag schrijven. En dat nog wel over mijn favoriete onderwerp: griezel-, horror- en huiververhalen.

Het woord 'huiververhaal' heb ik overigens zelf bedacht. Er is namelijk verschil tussen een griezelverhaal en een huiververhaal. Een subtiel verschil. Eenzelfde soort verschil als er is tussen bijvoorbeeld de Duitse en de Engelse humor. Het verschil dus tussen de schaterlach en de glimlach.

Mijn eerste kennismaking met het onversneden griezelverhaal was in de examenklas van de middelbare school toen de leraar Nederlands het verhaal De Zwarte Kat van Edgar Allan Poe voorlas. Toen aan het einde de pointe als een duveltje uit 'n doosje naar voren sprong, liepen bij mij de rillingen over het lijf. Niet van angst maar van bewondering. 'Wat is dat mooi bedacht', fluisterde ik. Later probeerde ik daar een voorbeeld aan te nemen en werd het schrijven van griezel... eh, huiververhalen en soms ook horrorverhalen een van mijn hobby's.
Ik heb 't nu over de 'pointe', de crux, het verrassende slot van een goed huiververhaal. Als schrijver moet je daar mee beginnen. Als je zonder een idee van de crux gaat schrijven, wordt 't niks. Je hebt niet genoeg aan een pakkende titel, een spannend relaas of een markante of sympathieke hoofdrolspeler.
Een goede crux kun je ook niet bedenken. Je kunt niet achter je tekstverwerker gaan zitten, even in de lucht kijken om een crux te verzinnen en dan gaan schrijven. Zo werkt 't niet.

De crux... Die komt niet op afroep. Daar moet je op wachten. Die komt naar je toe. Die komt uit je onderbewustzijn, middenin de nacht als je klaarwakker schiet en vervolgens weer tevreden gaat slapen. Het gevolg is meestal dat je 's morgens wakker wordt met de alarmerende gedachte: 'Ik had een prima crux... Maar wat was dat ook al weer...?'

Vergeten dus. Als een snel vervagende droom verdwenen in de mistbank van gedachten en herinneringen die het onderbewuste wordt genoemd.
Nu is de crux ook weer niet een heilig moeten voor het schrijven van een goed huiververhaal. Een lekker, absurdistisch sfeertje kan de lezer ook veel huivergenoegen verschaffen. Dat is bijvoorbeeld het geval in een van mijn beste huiververhalen: 'De Onopvallenden'.

Het is ook het geval in mijn eerstvolgende e-huiververhaal waaraan ik momenteel de laatste hand leg: 'Eenzame opsluiting'. Dat is een kafka-achtig surrealistisch verhaal geworden waaruit duidelijk zal worden dat echte eenzame opsluiting de zwaarste, de wreedste en de meest onmenselijke straf is die er bestaat. Denk even aan de film 'Papillon' met Dustin Hoffman en Steve McQueen naar de roman van Henri Charrière.

Tot slot nog even dit.
Er zijn lezers die de griezelroman en het griezel(huiver)verhaal niet zien zitten en ook niet als 'genre' willen erkennen. Zij hangen de overbekende genres aan, als daar zijn: oorlogsverhalen, reisverslagen, detectives, SF, phantasy, familiedrama's, doktersverhalen en keukenmeidenromans.
Ik voor mij kan intens genieten van een harde horrorfilm met bijbehorende hartritmestoornissen. Gelukkig sta ik niet alleen in die mening. Het was niemand minder dan Ernest Hemingway die zelf nooit een griezelverhaal voor elkaar heeft gekregen maar die over het horrorgenre heeft geschreven, en ik citeer:
'The finest world of phantasy I know'.

Nico Baaijens
  
U kunt mijn e-huiververhalen gratis downloaden als epub of pdf-bestand in mijn e-boekenpagina op Facebook

Geen opmerkingen: