dinsdag 2 juni 2015

In gesprek met........Hilde Vandermeeren


Hilde Vandermeeren (°1970) woont met haar gezin in Torhout. Ze studeerde psychologie in Leuven en gaf tien jaar les in het secundair onderwijs. Haar eerste jeugdboek verscheen in 2001. Ondertussen staan er al meer dan 40 kinder- en jeugdboeken op haar boekenplank.
In april 2013 verscheen ‘Als alles duister’ wordt bij uitgeverij Q. Haar thrillerdebuut won de Hercule Poirot Publieksprijs 2013 en stond op de longlist van de Diamanten Kogel 2013. In 2014 verscheen haar tweede thriller ‘De toeschouwers’. Haar derde thriller ‘Stille grond’, is zojuist verschenen.

De Perfecte Buren vonden het dan ook hoog tijd om deze Vlaamse auteur eens ‘aan de tand te voelen’. Wat vindt zij bijvoorbeeld van de sociale media? hoelang schrijft ze al? Gaat zij graag op reis? Je leest het allemaal in onderstaand interview.


Wie is Hilde?
Ik ben iemand die zich meer op haar gemak voelt achter haar computer dan in een drukke, jachtige omgeving en die het dus fantastisch vindt dat ze van schrijven haar beroep heeft kunnen maken. Daarnaast ben ik ook iemand die vindt dat de dag meer uren zou moeten tellen om werk, ontspanning en gezin (man, twee tienerdochters, twee katten en een hond) te kunnen combineren. Ten slotte ben ik iemand die kan genieten van de kleine dingen van het leven: zelfgemaakte lasagne, een leuke babbel, een boek, een film, een wandeling met de hond.

Je bent afgestudeerd als psycholoog. In hoeverre laat je je tijdens het schrijven leiden door die studies?
Eigenlijk vloeit mijn keuze om psychologie te studeren voort uit iets dat veel priller was: namelijk een soort absorptievermogen, een grote interesse en gevoeligheid voor alles wat rond mij gebeurt. Sommigen zouden wellicht het etiket ’hypersensitiviteit’ gebruiken, maar dat klinkt alsof het alleen maar een probleem is (wat soms ook wel zo is), maar tegelijk is het een verrijking waardoor je dingen beter kunt aanvoelen. Dit vermogen, gecombineerd met mijn studies psychologie, vormen voor mij de ideale basis om mijn verhalen te schrijven.

Je eerste boeken waren kinder- en jeugdboeken. Vanwaar die ‘roeping’ om kinderboeken te schrijven of had dit te maken met je baan als lesgeefster?
Ik heb meer dan tien jaar lesgegeven aan leerlingen uit de derde graad middelbaar en het zevende jaar Kinderzorg: dat waren jongvolwassenen van 17 tot 19 jaar. De keuze om kinderboeken te schrijven staat daar dus volledig los van, want mijn kinderboeken situeren zich in de leeftijdscategorie van 5 tot 12 jaar, sommige van die boeken (zoals bijvoorbeeld Het kistje van Cleo) hebben geen bovengrens en kunnen ook door volwassenen gelezen worden. Mijn keuze voor kinderboeken heeft veeleer te maken met het perspectief van waaruit je kunt schrijven: als je schrijft vanuit de onschuld van een kind en zijn of haar kijk op de wereld, kan dat juist voor humor zorgen in ontroerende of moeilijke situaties. Dat evenwicht heb ik nodig om geen kommer en kwel boeken te schrijven.

Sinds drie jaar ben je ‘overgestapt’ naar thrillers. Waarom die keuze? Was je inspiratie op voor kinderboeken of was je daarop uitgekeken?
Na ruim 40 kinder- en jeugdboeken had ik voor mezelf het gevoel dat ik al veel dingen verteld had die ik wilde vertellen. Thema’s als pesten, anders-zijn, een-oudergezinnen waren al aan bod gekomen. Ik wilde mezelf niet herhalen. In het najaar van 2015 komt nog een boek uit voor 8-plussers: Wolken boven Waterdorp, maar daarna zet ik mijn plannen voor kinderboeken voor onbepaalde tijd in de ijskast. En dan ga ik met veel plezier en gedrevenheid verder de ingeslagen weg op van het thrillergenre. Ik ben nu bezig aan mijn vierde thriller die normaal eind mei 2016 moet verschijnen. Het is nog wat te vroeg om veel te verklappen, ik houd jullie dus nog even in spanning!



Je thrillerdebuut ‘Als alles duister wordt’ kwam op de shortlist van de Hercule Poirotprijs en je won de publieksprijs. Was je verrast en hoe kijk je daar nu op terug?
De nominatie voor mijn thrillerdebuut was op zich heel motiverend. Dat ik dan nog de publieksprijs won, maakte mijn drive nog groter: er zaten dus echt wel mensen op mijn boeken te wachten (lacht). Ik hoop wel om ooit de Hercule Poirot-juryprijs te winnen, dat zou nog een bredere vorm van erkenning zijn.

Met je kinder- en jeugdboeken won je onder meer een Zilveren Griffel, twee Vlag en Wimpels, een Boekenwelp en een White Raven. Hoe voelt het om bekroond te worden voor je werk? Is dat ‘de kers op de taart’?
Als je als auteur bekroond wordt, geeft dat veel voldoening, ik zie het altijd als een schouderklopje om verder te doen. Want schrijven is een eenzaam beroep en af en toe een schouderklopje krijgen, doet deugd. Dat geldt ook voor de leuke reacties die van de lezers komen.

Is er nog een prijs die je heel graag zou willen?
Met gezonde ambitie is niets verkeerd, vind ik, ik leg de lat heel hoog omdat ik mijn lezers echt het beste van mezelf wil geven. Als zich dat ooit zou vertalen in de Hercule Poirot-prijs of de Gouden Strop, dan gun ik mijn lezers in gedachten ook een plaatsje op dat podium.

Je thrillers zijn stand-alones, het is geen serie met terugkerende personages. Is dit een bewuste keuze en waarom?
Ja, dat is een bewuste keuze. Elke auteur moet voor zichzelf uitmaken waar hij of zij zich het beste bij voelt. Bij mij zijn dat stand-alones, omdat ik in een reeks niet zou kunnen vertellen wat ik nu wil vertellen. Dat heeft onder meer te maken met de graad van evolutie die mijn hoofdpersonages kunnen doormaken. Daarnaast ben ik vrij om mijn setting aan te passen aan mijn verhaal: eerst denk ik na over wàt ik wil vertellen en dan kies ik de locatie die zich daar het best toe leent. Ik ben niet verplicht om steeds dezelfde stad te kiezen. Enerzijds is dat meer werk om opnieuw te beginnen, maar anderzijds betekent het een enorme vrijheid. Ik houd van beklemmende omgevingen: een besloten internaat (De toeschouwers), de dreigende Schotse hemel (Stille grond) en de duistere Poolse bossen en het Zwarte Woud in mijn vierde thriller in wording.

Je derde thriller ondertussen. Vind je jezelf geëvolueerd in je schrijven en stijl?
Persoonlijk vind ik dat wel. Ik ben ook iemand die altijd open staat om bij te leren. Ik lees zelf veel thrillers en recensies, o.a. van zogenaamde hypes (ik ben het daar trouwens ook niet altijd mee eens) en daardoor leer je veel bij over belangrijke zaken zoals hoe je de spanningsboog hoog moet houden enz.

Ik las onlangs een quote van je: ‘Zonder empathie kom je nergens’. Je staat dus als het ware in de schoenen van je personages, maar hoeveel biografisch zit erin je boeken?
Die empathie vind ik heel belangrijk. Om geloofwaardig te zijn moet je je als auteur zo goed mogelijk inleven in de goede, maar ook in de slechte kanten van je personages. Dat verplaatsen in de geest van iemand anders, is best vermoeiend. Zelf zou je bepaalde dingen niet zo doen of denken, maar het is niet de auteur die aan zet is, het is je personage. Ik heb tot nu toe heel weinig autobiografische zaken in mijn boeken verwerkt, want mijn leven is (gelukkig) vrij doorsnee en misschien zelfs saai in de ogen van sommigen. Het meest autobiografische wat ik in mijn boeken heb verwerkt is het opduiken van een eeneiige tweeling in mijn thriller ‘Stille grond’. Sommige (niet alle scènes) zijn geïnspireerd op mijn ervaring als deel van een eeneiige tweeling. Zo schreef mijn moeder onze initialen op de babyfoto’s zodat we later zouden weten wie wie was. Dat staat ook in het boek vermeld.

‘Stille grond’ gaat over een eeneiige tweeling. Zelf ben je ook de helft van een eeneiige tweeling. Hoe is het idee voor dit boek ontstaan en waarom die keuze? Hoe vindt de andere helft van de tweeling dit boek?
Mijn idee voor dit boek vloeide voort uit een krantenartikel: in een biechtboek in een kerk had een moordenaar (uiteraard anoniem) zijn spijt uitgedrukt over een tot dan toe onopgeloste moord. Ik dacht meteen aan wat zo’n bericht bijvoorbeeld 30 jaar na de feiten in gang zou zetten, niet alleen voor het onderzoek, maar ook voor de familie. Ik wilde schrijven over een kindje dat verdwenen was. Om dat sterker te maken heb ik haar een tweelingzus gegeven. Over tweelingen worden soms heel onzinnige dingen geschreven in boeken, ik wilde een geloofwaardige tweelingrelatie beschrijven vanuit mijn ervaring en het gevoel van gemis dat daaruit voortvloeit. De andere tweelingzus in mijn boek moet ook verder leven met de gedachte dat het evengoed zij had kunnen zijn die die nacht was ontvoerd. Mijn eigen tweelingzus is fan van mijn boeken. Dit boek heeft ze op dit moment nog niet gelezen. Ze zal het boek lezen na de boekpresentatie op 6 juni en haar eerlijke commentaar daarover geven. Dat moet kunnen tussen tweelingzussen!



Wat hoop je te bereiken met je boeken? Wil je een boodschap meegeven?
Ik wil nooit een boodschap meegeven. Ik hoop vooral dat mensen van het boek kunnen genieten, gecontroleerde spanning beleven is ook een vorm van ontspanning. Als mensen daarnaast nog geraakt of ontroerd worden (ja, zelfs door een thriller!) of even hun eigen zorgen vergeten tijdens het lezen, dan vind ik dat er iets magisch gebeurd is.

Hoe lang ben je bezig met een boek? En heb je dan een bepaald ritueel? Ben jij bijvoorbeeld iemand die in afzondering en totale stilte een boek schrijft of heb je liever lawaai om je heen of achtergrondmuziek?
Ik schrijf gemiddeld negen maanden aan een thriller, het liefst werk ik in de voormiddag in mijn werkruimte thuis. Geen muziek, geen prikkels en liefst geen tieners die komen vragen waar hun turnbroek ligt.

Schrijven is nu een fulltime baan voor jou. Hoe ziet jouw dag eruit? Kan ik het vergelijken met een ‘nine to five’ job?
Ik leef inderdaad fulltime van mijn pen, maar niet alleen van mijn boeken. Ik ben ook hoofdredacteur van Kits, dat is een actualiteitenkrant voor tienplussers, uitgegeven door De Eenhoorn. Ik moet de weken dat ik niet voor de krant schrijf (wat dus zakelijk schrijven is) invullen met het verzinnen van mijn eigen verhalen. Die combinatie werkt wel goed. Ik ben ook iemand die heel gedisciplineerd werkt en goed kan plannen. Ik heb in die 14 jaar dat ik schrijf elke deadline gehaald.

Een kort verhaal van jou, ‘The Lighthouse’ wordt volgend jaar gepubliceerd in Ellery Queen’s Mystery Magazine in Amerika. Dat is super! Hoe gebeurt zoiets?
Ik werd gecontacteerd door Josh Pachter, hij heeft al enkele korte verhalen van Nederlandse en Vlaamse auteurs vertaald voor dat magazine en ook enkele boeken. Hij vroeg me of ik spannende korte verhalen schreef, dat is een genre apart, maar dat schrijf ik ook graag. Ik had er een viertal liggen, heb die opgestuurd en na een paar weken spannend afwachten, kreeg ik een positief antwoord.



Heb je zelf ook invloed op de keuze van de cover?
Ja, dat gebeurt in overleg met het team van uitgeverij Q. Ik heb inspraak en tegelijk luister ik naar de feedback en tips van hun kant. Ook de keuze van de titel verloopt op die manier.

Hecht je veel waarde aan recensies en doe je er iets mee?
Ergens is dat relatief, recensies zijn sowieso subjectief, het is de mening van één persoon. Positieve recensies kunnen voor een auteur wel heel motiverend zijn. De mensen die zoiets schrijven beseffen wellicht soms niet hoeveel deugd dat doet als een auteur dat leest. Zeker als het tegenwoordig vereeuwigd wordt op internet. Anderzijds kunnen minder goede recensies jou het gevoel geven dat iemand je langverwachte boekenkind met rotte eieren bekogelt zonder dat je daar als auteur iets aan kunt doen. Soms kun je als auteur wel iets opsteken uit goed onderbouwde recensies, maar soms ook helemaal niets omdat er gewoon geen klik geweest is tussen die bewuste persoon en jouw verhaal.

Wat is de meest leuke reactie die je al gekregen hebt over één van je boeken?
Eigenlijk zijn alle positieve reacties stimulerend. Of ik nu vijf sterren krijg in het AD of vier sterren in Knack of een mailtje van Mario uit Oostrozebeke of Jannie uit Amsterdam die me laten weten dat ze van mijn boek hebben genoten: het is allemaal bemoedigend voor een auteur. En heel belangrijk ook.

Voor lezers die jou boeken nog niet kennen. Omschrijf je schrijfstijl eens?
Suggestief, beklemmend, psychologisch goed uitgewerkte personages en een stijgend gevoel van dreiging.

Wat staat er in je eigen boekenkast en lees je zelf veel? Wat lees je dan en heb je een favoriete auteur?
Ik lees heel veel spannende boeken uit binnen- en buitenland. Ik heb niet echt een favoriet.

Als je niet schrijft, hoe vul je dan je tijd in? Heb je hobby’s?
Met een drukke job en een gezin schiet de me-time er soms bij in: maar ik kan enorm genieten van een goed boek, een film, een terrasje en een etentje.

Hoe sta je tegenover de sociale media zoals FB, Twitter, Linkedin..... Vind je dit een meerwaarde voor jou als auteur?
Ik ben op dit moment nog maar 2,5 jaar actief op de sociale media en ik zie nu al het effect. Hoe snel je met een bericht heel veel mensen kunt bereiken, dat is echt niet te bevatten. En de positieve reacties en het enthousiasme van de lezers en de Facebook-groepen die met boeken bezig zijn, dat is hartverwarmend. Anderzijds moet ik ook mijn tijd bewaken. Als ik schrijf, zit ik soms een poos niet op Facebook omdat het niet te combineren valt qua concentratie.



Hoe beschrijven jouw familie en vrienden jou als persoon?
Dat zou je aan hen moeten vragen ☺

Maak een keuze; (mag toegelicht worden)
* Thriller of roman? Thriller
* Zoet of hartig? Hartig, ik ben een hapjesmens bij de aperitief, eerder dan een taartenmens
* Ski- of strandvakantie? Als ik dan toch om vakantie moet ☺, dan op het strand. Ik ben heel onhandig op skilatten
* Stoer of chic? Chic, maar ook niet te, ik wil liefst niet te veel opvallen, ik kijk liever zelf naar de mensen dan dat ik bekeken word

Waar kan men je midden in de nacht voor wakker maken?
Ik ben een slechte slaper, dus liefst alleen voor heel erg belangrijke dingen, als iemand in nood is bijvoorbeeld. Of als iemand ineens de oplossing heeft voor een probleem in mijn plot waar ik al dagenlang mee worstel (lacht).

Je mag een reis maken en geld speelt geen rol. Welke reis wordt het en wie neem je mee?
Eerlijk gezegd ben ik niet zo dol op reizen. Ik zou de reis dan ook met veel plezier wegschenken aan iemand die niet de middelen heeft om zelf zijn of haar droomreis waar te maken.

Waar zie je jezelf over pakweg, vijf jaar?
Op privé-vlak hoop ik dat alles verder goed loopt qua gezondheid en geluk, zowel bij mezelf als bij de mensen uit mijn omgeving. Dat is iets waar ik toch af en toe stil bij sta. Op professioneel vlak hoop ik dat ik tegen dan al meer naamsbekendheid heb gekregen als thrillerschrijfster, wat zich (ik blijf verder dromen) zich ook zou kunnen vertalen in een stijgende boekenverkoop en een oeuvre met de regelmaat van een titel per jaar.

Als afsluiter. Wat is jouw ultieme (schrijvers)droom?
Een verfilming van een van mijn boeken zou ik fantastisch vinden. Daarnaast hoop ik dat vrouwelijke Vlaamse thrillerauteurs in Vlaanderen veel meer ruimte krijgen dan nu het geval is. Er zijn momenteel slechts een handjevol Vlaamse thrillerschrijfsters. De vraag is of ze dezelfde kansen krijgen/gekregen hebben als hun mannelijke collega’s. Ik gun mijn mannelijke collega’s alle succes, maar in de media en bij nominaties krijgen vrouwelijke Vlaamse thrillerauteurs nauwelijks aandacht. Een concreet voorbeeld: als je de nominaties optelt van de shortlists van de twee Vlaamse thrillerprijzen 2014 en de longlist van de Gouden Strop 2015; dan kom je tot deze verhouding: aantal genomineerde Vlaamse mannelijke auteurs versus aantal genomineerde Vlaamse vrouwelijke auteurs: 15-0. Ja, u leest het goed: NUL. Ik vind dat onthutsend. En dat haast niemand zich daar vragen over stelt, vind ik nog meer onthutsend. Het wordt dringend tijd – niet alleen voor mezelf, maar ook voor alle huidige en toekomstige vrouwelijke Vlaamse thrillerauteurs – dat in het thrillerlandschap in Vlaanderen ook vrouwelijke auteurs een forum krijgen.


Vragen van onze leden;

Marjolein van der Molen;
Hoe kom je op het schrijven van een triller na zoveel kinderboeken?
Ik heb altijd heel graag thrillers gelezen, al vanaf mijn dertiende, en nu nog altijd. Ik vind het ook helemaal geen minderwaardig genre. Na meer dan 40 kinderboeken wilde ik niet in herhaling vallen. Daarom dacht ik: waarom geen thriller schrijven? Met alle leuke gevolgen vandien!

Fany van Hemelen;
Wat zou je doen als geen schrijver was?
Dan zou ik in het onderwijs gebleven zijn. Ik heb dat altijd graag gedaan (en in mijn nawoord van De toeschouwers schrijf ik trouwens dat leerkracht een onderschat beroep is), maar mijn voorliefde ligt bij het schrijven. Ik ben de lezers van mijn boeken ook dankbaar dat ze van mij een schrijver gemaakt hebben.

Suzanne Groenendijk;
Hoe komen de personages in je boeken tot stand?
Ik hecht heel veel belang aan mijn personages. Je zou mijn verhalen eerder characterdriven dan plotdriven kunnen omschrijven, wat betekent dat ik altijd bezig ben met: waarom doet iemand datgene wat hij doet op dat moment? Vroeger maakte ik karakterfiches van mijn personages, met uiterlijke beschrijvingen (het is niet de bedoeling dat ze ineens van haarkleur veranderen na twee bladzijden) en motieven, dromen enz. Nu
werk ik eerder met een moodboard ivm de setting als visueel houvast en zitten de personages al vrij snel in mijn hoofd en in mijn vingers.

Lizi Mulder;
Je derde boek speelt zich af in Glasgow. Waarom de switch naar een locatie in het buitenland? Heb je een bepaalde affiniteit met die stad?
Het krantenartikel waarop ik mij baseerde (over een bekentenis van een moordenaar in een biechtboek) speelde zich af in Italië. Dat was voor mij geen goede setting voor het verhaal: te open, te veel zon, te veel mensen. Daarom verhuisde ik mijn personages en mijn idee naar Schotland: de kust, de kliffen, de donkere wolken en de mist die uit zee opstijgt… Dat had ik nodig! Naast de keuze voor de locatie Glendale (dorpje op Isle of Skye), had ik ook een grootstad nodig in de buurt van een universiteit, dat werd Glasgow. Ik ben daar niet zelf geweest, maar heb er wel veel informatie over opgezocht. Mijn virtuele bezoek aan Schotland is me heel goed bevallen!


Dank je wel Hilde, voor dit openhartig interview en dat we op die manier een ‘kijkje’ mochten nemen in jouw wereld.

Karin, Team DPB

Geen opmerkingen: